Nog altijd denken velen: duurzaam is duur. Dat geldt alleen voor partijen die verduurzaming niet goed voorbereiden. Organisaties die het slim aanpakken, constateren juist precies het tegenovergestelde. Hun vastgoed wordt meer waard, doordat ze op tijd toekomstvaste maatregelen nemen. De gebruikerstevredenheid gaat omhoog, de huurcontracten lopen langer. De prijs per m2 stijgt, terwijl de energiekosten en de CO2-uitstoot dalen.
Lees verder...
EPBD IV: Europese Energienormen voor de gebouwde omgeving
Toekomstvaste gebouwen
De Europese wetgeving voor vastgoed verschuift definitief van een vrijblijvende ambitie naar een harde verplichting. Met de invoering van de Energy Performance of Buildings Directive IV (EPBD IV) staat vast dat alle gebouwen in Europa uiterlijk in 2050 emissievrij moeten zijn.
De EPBD IV in het kort
De kern van EPBD IV is het realiseren van een volledig emissievrije gebouwvoorraad. Waar de focus voorheen vooral lag op energiebesparing, verschuift de lat nu naar het daadwerkelijk uitfaseren van CO2-uitstoot. De grootste impact op de korte termijn ligt bij de utiliteitsbouw. De slechtst presterende panden moeten verplicht worden aangepakt en uiterlijk op 1 januari 2030 minimaal energielabel D behalen. 2050 lijkt nog ver weg maar de stapsgewijze herziening is al in volle gang en vraagt nu al om een heldere strategische koers.
De uitrol in 4 tranches: wat verandert er wanneer?
De overheid vertaalt EPBD IV stapsgewijs naar Nederlandse wetgeving. Voor gebouweigenaren bouwen de eisen zich de komende jaren als volgt op:
- Tranche 1 (2026): Systeemherziening, GACS & Monumenten
De NTA 8800-rekenmethode is vernieuwd, eisen voor gebouwautomatisering (GACS) en laadinfrastructuur zijn aangescherpt en ook monumenten krijgen een energielabelplicht. - Tranche 2 (2027 / 2028): ZEB & Levenscyclus-CO2
Introductie van de Zero Emission Building (ZEB)-norm voor overheidsgebouwen en verplichte berekeningen van de CO2-impact over de volle levenscyclus (WLC-GWP) bij grotere nieuwbouw (>1.000 m2). - Tranche 3 (2030): MEPS
De Minimum Energy Performance Standards (MEPS) worden van kracht. De slechtst presterende 16% van alle utiliteitsgebouwen moet op 1 januari 2030 verplicht zijn verduurzaamd naar minimaal energielabel D (oplopend naar 26% in 2033). - Tranche 4 (2030): Nieuwe Labelstructuur (A t/m G)
ZEB wordt de norm voor álle nieuwbouw. De plusjeslabels (A+, A++, A+++, etc.) verdwijnen en de schaal loopt weer van G tot A, waarbij energielabel A staat voor een volledig emissievrij gebouw.
Strategische keuzes voor de vastgoedportefeuille
De consequenties voor vastgoed zijn groot en raken niet alleen gebouwen die nu al achterlopen. Ook panden die recent een C-label hebben gehaald, voldoen straks niet meer automatisch aan de norm. Voor veel gebouwen vraagt dit om vroegtijdige investeringskeuzes op het gebied van isolatie en installaties, maar ook voor zaken als laadpunten, zonne-energie en gebouwautomatisering.
Losse maatregelen pakken in de praktijk vaak duurder uit; integraal plannen is daarom essentieel. Door verduurzaming direct te verankeren in het duurzaam meerjarenonderhoudsplan, combineer je natuurlijke onderhoudsmomenten met duurzaamheidsmaatregelen. Op die manier voldoe je niet alleen tijdig aan de nieuwe verplichtingen, maar benut je ook optimaal financierings- en subsidiemogelijkheden.
Van verplichting naar strategie
Met de invoering van EPBD IV verschuift verduurzaming definitief van een 'losse ingreep' naar een strategische keuze. Het renovatiepaspoort en een concrete portefeuille-routekaart bieden hierbij de nodige houvast: ze geven inzicht in de huidige prestaties en schetsen een gefaseerd pad naar het einddoel in 2050.
Toekomstvaste gebouwen
Waarde verhogen dankzij route voor verduurzaming
Meer weten?
Laat uw gegevens achter en Albert zal snel contact met u opnemen.