Maximaal rendement uit dak: panelen plus sedum

Voor Nieuwegein is duurzaamheid zeker niet nieuw. Deze gemeente werd namelijk tientallen jaren geleden aangesloten op een bestaand warmtenet. Dat ging al van start in 1923, bleef alsmaar groeien en strekt zich nu uit van Utrecht-Noord tot aan de Lek. Inmiddels zijn vele duizenden woningen en gebouwen aangesloten. Die hoeven niet van gas los, veelal hebben ze nooit gas gehad. De helft van de huizen van Jutphaas Wonen zit op dit net.

Is deze woningcorporatie hierdoor meteen een koploper in duurzaamheid?

‘Strikt genomen wel, maar ik wil er toch graag bij vertellen waar die warmte vandaan komt’, zegt Marco van Dijk, hoofd Vastgoed en Wonen. ‘De bron is de Eneco-centrale naast de A2, bij Lage Weide. Die draait vooral op aardgas. Maar het is niet aan ons om die centrale te verduurzamen. Dat moet Eneco doen en daar zijn ze ook mee bezig. Toch geldt ook nu al: het warmtenet in onze huizen is qua CO2 beter dan dat iedereen zijn eigen cv-ketel zou stoken.’

Dit net kregen jullie in de schoot geworpen. Maar het transformeren van grote leegstaande panden tot duurzame woningen, is echt door jullie zelf opgepakt.

‘Dat deden we toen hier veel kantoren leegstonden. Dat werd een probleem voor de gemeente, ook qua leefbaarheid en aantrekkingskracht. Ook toen was er woningnood en die lege kantoren waren niet heel duur. Dus het was een combinatie van factoren. Zo hebben we wel tweehonderd woningen toegevoegd aan ons bestand. En die maakten we ook meteen energiezuinig. Maar toen de kantoormarkt weer aantrok, was dat voor ons niet meer op te brengen.’

Op de site van Triodos staat dat jullie een voormalig onderwijspand zodanig transformeerden dat er ‘meerdere innovatie- en duurzaamheidsprijzen’ mee zijn gewonnen.

‘Ach ja, dat is al zo’n tijd geleden. We hebben dat eigenlijk net van onze site afgehaald. Onze focus ligt toch primair op service aan de klanten.’

Maar in dat project zijn zo veel materialen hergebruikt. Dat is nog steeds een lichtend voorbeeld voor velen.

‘Misschien zijn we daarin wel wat bescheiden. We zien onszelf ook eigenlijk niet als koploper. Jutphaas Wonen is echt een kleine woningcorporatie, met nog geen tweeduizend woningen en achttien medewerkers. Dan kun je niet op allerlei terreinen voorop lopen.’

Toch is er nu opnieuw een bijzonder project afgerond: Coöperatie GW Zonnestroom. Hoe begint zoiets?

We letten uiteraard op vervangingsmomenten. Gaan we bijvoorbeeld het dak opnieuw aanpakken, kunnen we dan ook extra maatregelen nemen? Zoals beter isoleren (misschien ook met sedum) en/of het plaatsen van zonnepanelen. Wat dat laatste betreft, denk je misschien: leg panelen op een huis, trek een kabeltje naar de meterkast en klaar. Maar daar kleven allerlei nadelen aan.’

Zoals?

‘De gemiddelde huur ligt bij Jutphaas Wonen vrij hoog. We zitten tegen de grens aan die de overheid stelt. Daardoor kunnen we lang niet altijd een bijdrage van de huurder vragen. En dan kom je uit op: wij investeren, maar we zien daar niks van terug. De opbrengsten gaan naar de bewoner, doordat de energierekening daalt. Bovendien: je kunt dan niet zomaar het hele dak vol leggen, want dan is op een gegeven moment je geld op, terwijl allerlei woningen nog niks hebben.’

Hoe doorbreek je dat?

‘Wat wel werkt: een groep bewoners die samen lid worden van een coöperatie die de energie opwekt. Die coöperatie legt dan wel de daken helemaal vol; platte en schuine. En bewoners doen mee voor het deel dat ze nodig hebben voor hun huishouden. De alleenstaande wat minder, een gezin wat meer. Met dat voorstel kwam INNAX bij ons.’

Het is innovatief. Hadden jullie er wel meteen vertrouwen in?

‘INNAX kenden we al. Zij doen voor ons het beheer van de energielabels, die je natuurlijk regelmatig moet herijken. En we hebben hen ook wel eens ingeschakeld om te bekijken welke maatregelen we het beste konden nemen in bepaalde complexen.

Dus, ja, we waren meteen heel positief. Dit bood ons mogelijkheden om een paar slagen tegelijk te slaan. Op platte daken plantjes (sedum) toevoegen. Dat isoleert beter. Daardoor blijven de woningen koeler in de zomer. De biodiversiteit neemt toe. De plantjes vangen water op, zodat tijdens plensbuien niet alles tegelijk naar het riool gaat. En bovenop dat sedum staan nu de zonnepanelen.’

Willen die plantjes wel groeien onder een paneel?

‘Wel als je die panelen op iets hogere statieven plaatst, zodat er voldoende licht bij komt. Maar daardoor vangen ze meer wind, dus je moet dan meer ballast aanbrengen. Terwijl een sedumdak sowieso al zwaar is, met al het water dat daarin wordt vastgehouden. Dus je moet goed kijken of de constructie dat allemaal aan kan. Gelukkig bleek dat zo te zijn.’

Hoe lang duurt zo’n project?

‘De uitvoering een half jaar. Maar het eerste verkennende gesprek met INNAX was wel drie jaar geleden. Want we moesten zo veel uitzoeken. En uiteraard de bewoners mee zien te krijgen. Dus we begonnen met de vraag: welke mensen gaan hier waarschijnlijk wel in mee?’

Hoe kun je dat inschatten?

‘Er is een groep woningen, waarvan de bewoners een soort community vormen, met een eigen bestuur. Zij hebben gemeenschappelijke tuinen. Ontplooien daar activiteiten. Doen ook zelf de woningtoewijzing. Het gaat om ruim 130 mensen en die vormen de vereniging Gemeenschappelijk Wonen Nieuwegein. De woningen zijn heel verschillend; van kleine appartementen, tot huizen met zes kamers. En er wonen dan ook gezinnen, alleenstaanden en alles ertussen. Er worden baby's geboren, en er zijn zestigplussers. Wij zien: een deel van die mensen is al bezig met goed omgaan met de grondstoffen die de aarde ons biedt. Dus daar past zo’n project goed bij.’

Gingen de bewoners inderdaad mee?

‘We hadden goede ambassadeurs in de wijk, die bewoners uitlegden dat ze vooral mee moesten doen. En INNAX deed ook bewonerscommunicatie. Daardoor gingen veruit de meeste mensen mee. Bewoners die intekenden, beloofden voor een symbolisch bedrag lid te worden van de zonnecoöperatie en een klein maandelijks bedrag per paneel te betalen. Om vervolgens een lagere energierekening te krijgen. Voor de één scheelt dat per saldo tachtig euro per jaar, voor de ander een paar honderd.’

Dat is dus een no-brainer?

‘Klopt. Maar twee jaar na hun toezegging zagen de bewoners op geen enkel dak iets gebeuren. Dat kwam doordat wij tegen allerlei vertragingen opliepen. Dus toen kwam er alsnog een negatief geluid: “Waar blijven die panelen nou?” Niet heel raar natuurlijk. Dat hebben we toen goed uitgelegd. Al met al zijn we hartstikke blij met hoe het hier gelopen is. Commitment van de bewoners. Maximale benutting van het dakoppervlak.’

Waar ging de meeste tijd in zitten?

‘Juridische vragen. Zoals: mag een wooncorporatie wel een zonnecoöperatie oprichten? Wij zijn aan allerlei regels gebonden. Je praat over een nieuw fenomeen, dus er zijn geen pasklare antwoorden. Dat heeft veel uitzoekwerk gekost. Uiteindelijk hebben wij geconcludeerd dat het prima past binnen de eisen die aan ons gesteld worden. En dat was voor ons wel een voorwaarde om überhaupt te beginnen. Want je wilt niet halverwege, of nog later, teruggefloten worden.’

Was daar extern juridisch advies bij nodig?

‘Ja, niet alleen voor de regelgeving, maar ook voor het oprichten van de coöperatie, GW Zonnestroom. Verantwoordelijkheden vastleggen… Risico’s afdekken… Het is prima dat we deze weg zijn ingeslagen. Ik ben heel blij dat we dit gedaan hebben, maar het is wel intensief. Het kost niet alleen tijd maar ook geld.’

Door jullie noeste arbeid ligt er nu misschien wel een blauwdruk voor anderen.

‘Ja en nee. Er liggen nu zeker goeie stukken op tafel. In principe zou je daar veel van kunnen overnemen. Of van kunnen leren. Maar andere wooncorporaties kunnen natuurlijk op allerlei punten eigen keuzes willen maken.’

Wat wordt de volgende stap qua duurzaamheid?

‘Intensiever samenwerken. We trekken al op met ruim vijftien woningcorporaties binnen de provincie. Die hebben zich gecommitteerd aan een gezamenlijke visie. Als een koploper iets uitprobeert en dat ook lukt, dan kunnen de andere dat overnemen. Liefst samen, zodat je schaalgrootte krijgt en daarmee de markt kunt uitdagen om het betaalbaar aan te bieden.’

Interview: Jurjen de Jong

Meer weten over

dit project?

Neem contact op met Joop.