Verduurzaming bij ROC Scalda
Gestructureerd Paris Proof worden op acht locaties, dat lukt nu beter
De druk komt van alle kanten. Het akkoord van Parijs. Den Haag stelt GACS verplicht. Werkgevers zoeken studenten die nu al vertrouwd zijn met de oplossingen van morgen. De MBO Raad heeft een dashboard waarin alle ROC’s gegevens over duurzaamheid moeten delen. Hoe gaat Scalda, het veruit grootste MBO van Zeeland, hiermee om?
Huisvesting bij Scalda
Zeventien studierichtingen, ruim tienduizend studenten, acht locaties, zo’n duizend medewerkers. Dat is Scalda, een MBO-school uit Zeeland. Duurzaamheid is een pijler in de visie. Die moet handen en voeten krijgen. ‘Het gaat om techniek en financiering, maar net zozeer om gedragsverandering. Op alle locaties moeten de mensen mee. Veel medewerkers hebben nog geen idee’, vertellen twee beleidsadviseurs van de afdeling Huisvesting. Leon Cousin, ruim 25 jaar in dienst, is goed met cijfers en ict: monitoring van energie en complexe zaken inzichtelijk maken, zowel technisch als financieel. Stephanie Verstraeten is er net een jaar en legt onder meer de verbinding tussen huisvesting, onderwijs en verduurzaming. Zij inspireert mensen om zaken planmatig op gang te brengen.
Is simpel uit te leggen wat de omvang van de uitdaging is?
‘Onlangs lieten we op een dashboard de CO2-uitstoot van heel Scalda zien. Dat is dus één getal en dat zegt mensen toch weinig. Dat verwachtten we al, dus we hadden het omgerekend naar aantal bomen. En dan schrikt iedereen zich opeens een hoedje. Want we kwamen op 65.000 bomen. Per jaar! Dan zien mensen: dat komt door ons allemaal, dus ook door mij. Duurzaamheid is kennelijk toch iets meer dan zonnepanelen of tweedehands spullen.’
Vanuit welke hoeken krijgt Huisvesting steun bij de verduurzaming?
‘De directie heeft duurzaamheid verankerd als pijler van het beleid. Dat is de basis. Vervolgens moet beleid natuurlijk wel handen en voeten krijgen. Daartoe zijn er “portefeuillehouders duurzaamheid”; medewerkers vanuit de hele organisatie met duurzaamheid in hun takenpakket. Stel dat je portefeuillehouder bent bij een bepaalde onderwijsgroep, dan ga je daar met de docenten bekijken: hoe kunnen we duurzaamheid opnemen in de vakken die we hier geven?
Bovendien hebben we "ambassadeurs"; collega’s die enthousiast zijn over duurzaamheid en dat uitdragen op de eigen afdeling. Het draait vaak om mensen. Soms is er maar één persoon nodig om iets op gang te krijgen.’
Is het onderwijs goed onderweg?
‘De verschillen zijn groot. Wat vaak speelt: in hoeverre is een vakgebied al met duurzaamheid bezig. Bijvoorbeeld in het kappersvak is al van alles veranderd. Dus je ziet bij de kappersopleiding dat duurzaamheid is verweven in de opleiding. Maar zeeschepen varen nog steeds op stookolie. Scalda leidt ook op voor die sector. Vraag voor de collega’s daar is: waar leg je in die opleidingen de lat qua duurzaamheid?’
Zit er, al met al, een rode draad in?
‘Dat is wel onze zoektocht. Bij Huisvesting hebben we vorig jaar besloten om er meer structuur in te brengen. Daartoe zijn we ruim een jaar geleden het Paris Proof Partnership aangegaan. Het heet zo, omdat het toewerkt naar het Parijs Akkoord, wat iedereen kent en ook door Nederland is ondertekend. Nu is het zaak om Scalda daarin mee te nemen.’

Levert dat al iets op?
‘We beschikken nu over de Paris Proof Monitor waarmee ons energiegebruik veel helderder is geworden. Mensen die te maken hebben met energiegebruik kunnen er makkelijker mee werken. En door de goede grafieken helpt het ook om duurzaamheid tussen de oren te krijgen bij mensen die er niet zo bekend mee zijn. Die monitor speelde onlangs een belangrijke rol in een presentatie aan bestuur en directie. We lieten hen zien wat er allemaal nodig is, vooral qua huisvesting en techniek. En wat de urgentie daarvan is. Doordat duurzaamheid al een pijler is van het beleid willen ze dat wel weten.’
Wat was hun reactie?
‘Ze zien natuurlijk dat het om investeringen gaat. En kijken naar de logische momenten voor vervanging. Sommige dingen kun je wel een beetje naar voren halen, maar het meeste ga je niet vandaag al opstarten. Tegelijkertijd: niks doen is geen optie. Energieprijzen stijgen, dus de lasten worden hoger. Het levert dus ook iets op als je investeert in besparing. En we doen uiteraard ook al van alles. In Goes loopt een grote renovatie, die in de miljoenen euro’s loopt. Alleen al het dak levert allerlei keuzes op. Er liggen al vijftien jaar panelen op; hoe gaan we daarmee verder?’
Hoe werd besloten tot het Paris Proof Partnership?
‘Dat hebben we min of meer van onderaf aangevlogen. Pas na ruim een jaar hebben we voor het eerst aan de directie en bestuur gezegd: “Dit zijn we aangegaan. Hier hebben we voor getekend.” Gelukkig vonden ze dat een goed idee. Maar eigenlijk was het toen pas officieel.’
Waarom van onderaf?
‘Dan kun je er meteen een boel cijfers bij leveren, waardoor het veel meer tot leven komt. Ons team Huisvesting, met uiteraard allerlei technische mensen, werkt veel met de Paris Proof Monitor. Ze zoeken constant met leveranciers naar de beste oplossingen. Daarin wordt duurzaamheid uiteraard meegenomen en gebruiken ze de energie-analyses uit de monitor. Dan zie je wat handige stappen zijn. Dus het werkt in minimaal drie richtingen: de directie, ons team en de leveranciers. Als je die allemaal meekrijgt, dan ben je al een eind op weg.’

Dat partnership en die monitor hebben jullie niet zelf ontwikkeld.
‘Klopt. Ons doel was om een handvat te vinden voor meer structuur en presentaties. Daarvoor zijn we de markt op gegaan en kwamen bij INNAX uit, vanwege dat partnership en die monitor. Inmiddels hebben we meer dingen met hen gedaan, zoals het aanvragen van DUMAVA-subsidie en het GACS. Beide zijn complex.’
GACS is wel verplicht, maar doet ‘men’ daar al aan?
‘Maakt niet uit. Het doel spreekt ons aan: alles vanaf één punt aansturen, waardoor je meer inzicht krijgt, wat bijdraagt aan de verduurzaming. In overleg met INNAX hebben we besloten om vooralsnog één locatie te doen. Eerst leren van wat we dan allemaal tegenkomen. Het gekozen gebouw bestaat overigens wel uit vier delen en er zijn zes systemen. INNAX maakt de analyse, de rapportage en heeft een inspecteur die beoordeelt of de systemen voldoen. Wij zijn heel benieuwd wat het oplevert.’