Wijzigingen WWS 2027
Nieuws
Op 18 september 2026 is het definitieve besluit tot wijziging van het Besluit Huurprijzen Woonruimte gepubliceerd, waarbij vanaf 1 januari 2027 het Woningwaarderingsstelsel (WWS) op een aantal punten wijzigt.
Woningwaarderingsstelsel vanaf 2027
De aanpassingen zijn bedoeld om de verhuur van middenhuur woningen aantrekkelijker te maken en verdere verkoop van huurwoningen af te remmen. Voor woningcorporaties bieden de wijzigingen kansen, maar er zijn ook aandachtspunten.
Wijzigingen WWS
De grootste wijziging betreft de zogenoemde WOZ-cap. Als de WOZ-waarde meer dan 33% van het oorspronkelijke puntentotaal bepaalt, blijft de woning op maximaal 186 punten. Verhuurders mogen wel een aanvullende huurprijsopslag rekenen. Die bestaat uit het verschil tussen de 186 punten en de niet afgetopte WWS-punten. De opslag verhoogd wel de huurprijs, maar blijft in het middenhuur segment.
Daarnaast vervalt de aftrek van vijf punten voor woningen zonder balkon, tuin of andere buitenruimte. Vooral appartementen in binnensteden profiteren hiervan. Woningen die voorheen net onder een huurgrens uitkwamen, worden hierdoor enkele tientallen euro's meer huur waard.
Ook kleine (tot 40m2) rijksmonumentale woningen krijgen een betere WWS-waardering doordat de WOZ-waarde zwaarder gaat meewegen wegen in de puntentelling.
Kanttekening bij deze wijzigingen is dat hogere maximale huren de betaalbaarheid verder onder druk zetten. Huurders en huurdersbelangenorganisaties zullen naar verwachting kritisch reageren wanneer woningen zonder aantoonbare kwaliteitsverbetering toch meer WWS-punten krijgen.
Wet Modernisering Servicekosten
Naast de WWS-aanpassingen treedt ook de Wet Modernisering Servicekosten in werking. Verhuurders mogen vanaf dat moment alleen nog servicekosten doorberekenen die zijn opgenomen in een wettelijk vastgestelde lijst. Daarnaast wordt het verboden om winst te maken op servicekosten.
De wet introduceert acht categorieën servicekosten die grotendeels aansluiten op de huidige systematiek, maar op enkele belangrijke punten afwijken. Zo vallen nutsvoorzieningen met een eigen meter voortaan onder de servicekosten en worden de afzonderlijke categorieën huisvuil, huismeester en gemeenschappelijke ruimten samengevoegd.
Servicekosten mogen uitsluitend betrekking hebben op daadwerkelijk gemaakte kosten tegen een redelijke kostprijs dekkende vergoeding. Een winstopslag is dus niet langer toegestaan. Ook krijgt de Huurcommissie extra bevoegdheden om voorschotten voor servicekosten te toetsen en kan zij voortaan collectieve verzoeken van huurders behandelen. Deze wijzigingen moeten leiden tot meer transparantie, uniformiteit en betere bescherming van huurders tegen onterechte of te hoge servicekosten.
De nieuwe regels bieden iets meer financiële ruimte voor onderhoud en verduurzaming. Tegelijk moet er een goede balans gevonden worden tussen een gezonde exploitatie en betaalbaarheid voor huurders.