Nieuwe BENG-Eisen

Nieuwe BENG-Eisen

Dinsdag 20 november werden de nieuwe concept BENG-eisen voor nieuwbouw, die per 1 januari 2020 van kracht worden, gepresenteerd. De getalswaarden voor de drie BENG-indicatoren zijn hoger dan de eerder voorgenomen waarden. Toch is het te kort door de bocht om te zeggen dat het totale BENG-pakket veel soepeler is geworden.

De BENG-eisen voor woningen zijn als volgt:

Klik op het plaatje voor een grotere versie

De waarden zijn hoger dan de waarden die in 2015 gepresenteerd werden als concept-eisen. Dat komt doordat die eisen gebaseerd waren op berekeningen met NEN 7120 (de huidige bepalingsmethode voor de EPC). De nieuwe eisen zijn gebaseerd op berekeningen met de nieuwe bepalingsmethode NTA8800. Deze nieuwe methode is op een aantal belangrijke punten anders. Zo is de primaire-energiefactor van elektriciteit sterk verlaagd, waardoor elektrische installaties voor verwarming en warm tapwater gunstiger scoren. Dit is gedaan op basis van de verwachting dat er in de nabije toekomst veel meer duurzame elektriciteit opgewekt zal worden. Daarnaast is het buitenklimaat  aangepast naar NEN5060 (referentie klimaatgegevens) en is er een andere correctie op de binnentemperatuur.

Aangepaste berekeningswijze

Ook is de berekeningswijze van de indicator BENG-1 fors aangepast doordat er niet meer met het werkelijke ventilatiesysteem gerekend wordt, maar met een standaard  ventilatiesysteem. Dat is gedaan omdat de eis ‘techniekneutraal’ moet zijn, dus zonder voorkeur voor de een specifieke installatiecomponent. Het nadeel van die aanpak is dat de berekende warmtebehoefte niet de werkelijke warmtebehoefte is. Vergelijkingen met de warmtebehoefte uit de eerdere BENG-eisen uit 2015 of met de warmtebehoefte uit passiefhuis-berekeningen (NZEB) gaan daardoor mank en zijn daarom ook niet mogelijk. Daarnaast is bij het vaststellen van de nieuwe eisen is rekening gehouden met hogere bouwkosten dan bij de eisen uit 2015, waardoor maatregelen minder kosteneffectief worden. Omdat de eisen op een ‘kostenoptimaal’ niveau liggen heeft dat bijgedragen aan “versoepeling” van de eisen.

Eis afhankelijk van verhouding verlies- en gebruiksoppervlak

Bij BENG-1 zijn de eisen mede afhankelijk van de verhouding tussen verliesoppervlak (Als) en het gebruiksoppervlak (Ag). Als deze verhouding groter is dan 2,2 dan is de grenswaarde uit de eis hoger wat leidt tot een soepelere eis. Bij een gemiddelde tussenwoning of woongebouw is de verhouding doorgaans kleiner dan 2,2. Alleen bij sommige hoekwoningen en bij vrijstaande woningen wordt de verhouding groter.

Het is niet zo raar dat woningen met meer schil een soepeler eis krijgen. In de huidige methode van de EPC zit ook al zoiets: woningen met meer schil krijgen een hoger energiebudget. Bij de EPC zit de correctie “verstopt” in de berekening, bij BENG zit de correctie in de hogere grenswaarde van de eis.

Ontwerpvrijheid

De overgang van EPC naar BENG betekent minder ontwerpvrijheid, omdat er op 3 aspecten getoetst wordt, waar dit bij EPC maar 1 aspect was. In de EPC kan bijvoorbeeld voldaan worden door een Bouwbesluit-isolatieniveau te compenseren met extra PV-panelen. Met de 3 BENG-eisen vervalt deze compensatie. Ten opzichte van de voorgenomen BENG-eisen uit 2015 is de ontwerpvrijheid echter iets groter omdat nu BENG-1 gecorrigeerd wordt voor de verhouding van het verlies- en gebruiksoppervlak. Met de minimale isolatieniveaus uit het Bouwbesluit wordt in de meeste gevallen al voldaan aan de BENG-1-eis. Deze eis is dus veel minder maatgevend geworden voor het ontwerp.


Facebooktwitterlinkedinmail