Techniek uitgelicht: Ventilatie

Techniek uitgelicht: Ventilatie

Woningverduurzaming

Deel 2: De nut en noodzaak van ventileren

In de rubriek Woningverduurzaming behandelen we telkens één energiebesparingsmaatreg el of een duurzame energieopwekkingstechniek. In deze aflevering besteden we aandacht aan ventilatie.

Waarom ventileren?

Het doel van woningventilatie is te zorgen dat vervuilde binnenlucht wordt afgevoerd en schone buitenlucht wordt aangevoerd. Ook het woonvocht, door koken, douchen en de aanwezigheid van bewoners, wordt met ventilatie afgevoerd. Vroeger werden woningen geventileerd door simpelweg een raam van een vertrek te openen. Natuurlijke ventilatie zonder techniek. Ook waren woningen nog niet zo goed geïsoleerd waardoor er, zelfs met gesloten ramen, door kieren altijd wel enige luchtverversing optrad. Vocht condenseerde op het enkel glas waardoor de lucht relatief droog bleef. Het mag duidelijk zijn dat met deze manier van wonen veel te veel energie verloren gaat. Wie herinnert zich niet de nationale kierenjacht tijdens de eerste isolatiegolf in de jaren tachtig? Bedoeld om energieverliezen door kieren te stoppen met tochtstippen en de kitspuit.

Risico’s te weinig ventilatie

Indien een woning niet of onvoldoende wordt geventileerd ontstaan er problemen met de luchtkwaliteit in de woning met gezondheidsrisico’s tot gevolg.  Door te weinig ventilatie stijgt o.a. de CO2 concentratie in de woning. Dit geeft op langere termijn risico’s op longziekten, hoofdpijnen en vermoeidheid.  Ook schimmels en bacteriën zijn een veel voorkomend probleem in onvoldoende geventileerde vochtige ruimten. Door slechte ventilatie is het aantal mensen met longaandoeningen de laatste decennia enorm gestegen. Een goede luchtverversing is dus noodzakelijk voor een gezond en comfortabel binnenklimaat maar kost ook energie.

Potdicht wonen

Sinds de komst van het Bouwbesluit zijn de energieprestatie-eisen alsmaar toegenomen. Woningen worden steeds energiezuiniger door een zeer goede isolatie en luchtdichtheid van de woningschil.

Hierdoor neemt het belang en essentie van ventilatie alleen maar toe. Het bouwbesluit geeft aan dat er daarom voldoende ventilatiemogelijkheden moeten zijn. Enkel de ramen kunnen openzetten voldoet niet meer. Daarom wordt tegenwoordig gebruik gemaakt van mechanische ventilatiesystemen, al of niet met energiebesparingstechnieken.

Welke ventilatiesystemen?

In Nederland worden 2 typen mechanische ventilatie toegepast, namelijk type C met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer en type D met mechanische toe- en afvoer. In dit artikel wordt uitgelegd wat de kenmerken van de systemen zijn en waarom je voor het één of het ander zou kiezen.

Mechanische ventilatie type C

Bij een type C-ventilatiesysteem wordt op een natuurlijke wijze lucht toegevoerd in een vertrek (blauwe pijl) en mechanisch afgevoerd middels een afzuigventilator (rode pijl). De afzuigventilator wordt meestal elektronisch gestuurd op basis van Co2 gehalte in de woning. Op deze wijze wordt er altijd voldoende geventileerd en dus energie gebruikt als het nodig is..

Mechanische ventilatie type D

Bij een type D-ventilatiesysteem wordt de buitenlucht middels een ventilator (mechanisch) toegevoerd in een vertrek (blauwe pijl) en mechanisch afgevoerd middels een afzuigventilator (rode pijl). De installatie kan ook worden voorzien met een warmteterugwinning.

Energiebesparing

Deze 2 ventilatievarianten besparen op zichzelf nog geen energie. Aanzuigen of inblazen van koude buitenlucht en afvoeren van warme binnenlucht veroorzaakt juist energieverliezen! Er is dus enige vorm van energiebesparingstechniek nodig.

Voor type C is dat een CO2 sturing. Op het moment dat er in een ruimte niemand aanwezig is neemt de CO2 sensor geen CO2-uitstoot (door uitademen) waar, wordt automatisch het toevoerrooster gesloten en gaat de afvoerventilator minder hard draaien. De besparing zit dus in de afwezigheid van mensen. Op het moment dat wel mensen aanwezig zijn gaat er door ventilatie wel weer warmte verloren.

Voor type D wordt warmteterugwinning toegepast eventueel gecombineerd met een CO2 regeling. De afgezogen warme binnenlucht passeert de koude binnenkomende lucht en wisselt de warmte uit. Hierdoor blijft ruim 90% van de warmte in de woning. De afgezogen vervuilde lucht en de binnenkomende lucht wordt en niet vermengd. De ingeblazen lucht is 100% vers en warm.

 Wanneer kiezen voor type C of type D

De vraag is wanneer te kiezen voor type C of type D. Beide opties voldoen aan het bouwbesluit. Toch zijn de kenmerken van beide systemen verschillend. We noemen 6 aspecten:

  • Comfort: Type D biedt meer comfort. De ingeblazen verse lucht is voorverwarmd en zal geen tochtklachten opleveren.
  • Complexiteit: Beide systemen vergen kennis om te kunnen ontwerpen.  Type C is eenvoudiger en goedkoper qua installatie, maar CO2 sensoren willen nogal eens storingsgevoelig zijn. Verder is dit een robuust en eenvoudig te bedienen systeem. Type D is complexer. Er zijn meer kanalen in de woning nodig en de installatie is kritischer, bijvoorbeeld wat betreft geluidproductie en positie van inblazen.
  • Onderhoud: Type C is eenvoudig te onderhouden. De roosters dienen schoon te worden gehouden en verder is een controle op de werking van de CO2 sensoren nodig. Type D daarentegen is complexer en vraagt meer onderhoud. Dit systeem bevat filters die regelmatig moeten worden gereinigd en periodiek moeten worden vervangen. Eens in de vijf tot tien jaar moeten de kanalen, vooral de toevoerkanalen, worden gereinigd.
  • Energiezuinigheid: Beide systemen scoren op het gebied van energie-efficiency ongeveer gelijkwaardig. Type C gebruikt minder elektriciteit, maar verliest meer warmte. Bij type D is dat juist omgekeerd. Wat wel een rol speelt, is het type verwarmingstoestel. Een gasgestookte ketel met radiatoren zal het warmteverlies van type C makkelijk kunnen bijbenen terwijl dat bij een warmtepomp anders ligt. Een warmtepomp functioneert pas echt efficiënt als hij zo min mogelijk en zo gedoseerd mogelijk warmte hoeft te maken en op een zo laagmogelijke temperatuur zoals met vloerverwarming. Dan heeft type D weer de voorkeur.
  • Ligging van de woning: De ligging van de woning, al of niet langs een drukke weg, kan ook bepalen welk systeem wenselijk is. Bij een hoge fijnstofconcentratie en hoge geluidsbelasting kan beter voor type D worden gekozen omdat de lucht daarin wordt gefilterd en het geluid wordt gedempt. Bij type C komt de fijnstof zonder filtering in de woning terecht.
  • Beleving: Bewoners associëren koude lucht met verse buitenlucht. Om deze reden hebben ze daarom een voorkeur voor type C. Van projecten waarbij type D is gecombineerd met een bodemgekoppelde warmtepomp is echter bekend dat bewoners dat ook als prettig en zeer comfortabel ervaren. In de zomer wordt de woning gekoeld en werkt warmteterugwinning omgekeerd. De ingeblazen lucht wordt dan juist voorgekoeld.

Bij het verbeteren van de energieprestaties van woningen geldt dus vooral het credo: isoleren = ventileren

 

deel 1: Warmtepomp techniek


Facebooktwitterlinkedinmail